Ronde van Vlaanderen 2017

Schouderklop. De beer passeert.

Oude Kwaremont. Bijna 230 kilometer op de teller. De benen waren 30 kilometer geleden al op, maar de cafeïne geeft me een boost. Kimpe moedigt ons aan. Verdomme, die kan zelfs nog praten. Het gaat nochtans relatief snel. De familie staat op het plein. Geweldig. Nog een beetje versnellen. Daarna passeert Kimpe. Superbenen heeft hij. Nu al vier weken.

Wanneer Kimpe en Van der Aa zich in november inschrijven voor de Ronde van Vlaanderen kan ik moeilijk achterblijven. Ik kan het mij niet voorstellen niet mee te rijden. Het is hun laatste keer, zeggen ze. Heb ik ook al een paar keer gezegd. En ik zal het maar niet opnieuw doen. Straks in november kriebelt het mogelijk toch weer.

Een week geleden stond ik met weinig zin al vroeg op voor Gent-Wevelgem. 220 kilometer vechten tegen de wind. Gent-Wevelgem is geen makkelijke koers. Niet meer sinds vorig jaar, toen ik ‘m voor het eerst reed. Ik ben blij als ik er vanaf ben. De Ronde moet het vierluik aan tochten voorlopig afsluiten. In juni volgt nog Milaan-Sanremo. Het hoogtepunt dit seizoen.

De Ronde start sinds dit jaar in Antwerpen. Een stuk dichter dan Brugge. Ik kan een klein halfuur langer slapen. Luxe. De ochtend begint weliswaar slechter dan verwacht. De fietsendrager begeeft het en we moeten snel op zoek naar een andere manier om met z’n allen in Antwerpen te geraken. Matt is redder in nood.

Het is half acht wanneer we toekomen in Antwerpen. We haasten ons richting start, waar alles heel verwarrend en chaotisch verloopt. Het begint al bij de Grote Markt. Aanschuiven. Doen we niet. Op die 100 meter komt het niet aan. De Grote Markt hebben we allemaal wel al eens gezien. Direct richting Waaslandtunnel. Vandaag ook voor fietsers.

Maar ook daar is het aanschuiven. Uiteindelijk is het al acht uur wanneer we echt zijn vertrokken. Een uur later dan voorzien. Soit. Door de tunnel. En eens eruit, begint het geweldig hard te regenen. Gaat het zo’n dag worden? Het zal twee uur lang heel hard blijven regenen. Nog voor de eerste bevoorrading, na 42 kilometer, zit de koude er al goed in.

De bevoorrading in Zele is, net als de start in Antwerpen, chaotisch. En heel druk. We kunnen er onze blaas leegmaken, maar een energiereep meenemen lukt dan weer niet. Gelukkig passeren we straks in Berlare bij onze redder van vanmorgen. Matt en zijn familie stoppen ons wat koeken toe en we kunnen weer verder.

Het gaat op voor ons bekende banen – door de start in Antwerpen rijden we richting Vlaamse Ardennen door onze eigen streek – richting Herzele. De tweede bevoorrading. Het is gestopt met regenen en aan de auto van papa en Nikki (die natuurlijk niet ontbreken) kunnen we nieuwe kleren aantrekken. Filip, de vader van Kimpe, is er ook bij.

Net voor de grens van de 100 kilometer ligt de Paddestraat. Kimpe test er voor het eerst zijn goede benen. Daarna volgt al snel – veel te snel – een nieuwe bevoorrading. De Haaghoek is het volgende obstakel en ook daar trekken we even door. Ik verlies er een bidon. Vervolgens gaat het via de Leberg, Berendries en Tenbosse richting de Muur.

Het gaat in dalende lijn richting Geraardsbergen. Kimpe doet kop. Doet hij eigenlijk al vier weken. In de Omloop van Vlaanderen was hij goed, in de Ename Classic was hij nog beter en vorige week in Gent-Wevelgem was ik blij dat hij de avond voordien op café was geweest. Ik had ‘m op de Kemmel.

Op de Vesten is het al heel druk. Hoe lossen we dit op? Gaan we tussen de massa deelnemers naar de Muur en hopen we op een beetje vrije baan, of laten we wat speling? Het gesprek speelt zich vooral af tussen Van der Aa en mezelf. Kimpe zit al in zijn cocon. We volgen maar en kiezen voor het eerste. Kimpe zal wel plaats maken.

En zo gebeurt het ook. We hebben 140 kilometer in de benen, maar zo voelt het nog niet. Ook dat mijn familie (mijn vriendin, mijn ouders, mijn zussen en mijn neefje) ons op de Muur opwachten helpt. Ik zie ze staan, net voor de ultieme bocht naar links. Geweldig, hun steun in mijn absurde ambitie om dit ding hier te fietsen.

Na de Muur stoppen we nog eens bij de auto en spelen we nog wat kleren uit. De zon komt af en toe tevoorschijn en het gaat richting 15 graden. We gaan voor armstukken en een korte mouwentrui. Weer vertrokken moeten we enkel nog over de Valkenberg (ik haat de Valkenberg), en de Eikenberg om naar de voet van de Koppenberg te fietsen.

Op het fietspad richting het monster rijden we met ons drieën nog snel enkele grote groepen voorbij. En dan spelen we klootzak, door met ons drieën naast elkaar te gaan rijden. Blok erop. Ruimte creëren. Speling laten. Maar eens de bocht om, komen we desondanks toch weer in een massa terecht. Alsof ze ons om de hoek stonden op te wachten.

Kimpe draait als eerste op. Ik laat een paar meter. Wat Van der Aa doet, weet ik niet. Een glimp naar boven geeft me wel een beetje vertrouwen. ’t Is er minder druk dan andere jaren. Ik rijd 10 kilometer per uur. We naderen het stuk van 22%. En dan loopt het mis. Kimpe wordt uit evenwicht gebracht en staat te voet.

Ik hou de benen even stil en hoop dat Kimpe zo snel mogelijk plaats maakt. Doet ‘m ook. Ik passeer. Het steile stuk voorbij, staat opnieuw mijn familie ons aan te moedigen. Ben helaas de enige die al fietsend passeert. Van der Aa zat op het moment van Kimpe pal in mijn wiel en moest wel voet aan de grond zetten. Die fout zal hij nu niet meer maken.

Op en na de Steenbeekdries laat Van der Aa ook zijn goede benen zien. Of hij is wat pissig. Hij speelt een beetje, zegt dat hij rustig zal rijden, maar komt op de daarop volgende hellingen toch vaak een eind voor mij boven. Op de Karnemelkbeekstraat kiezen we echter samen voor een rustig tempo. De finale met de Oude Kwaremont en Paterberg nadert.

Ik zit wel al even met een probleem: de benen lopen stilaan leeg. Ik grijp naar mijn achterzak en vind nog een cafeïnegel. Een tip van mijn fietsenmaker. Ik weet niet of het daar aan ligt, of gewoon aan het idee dat mijn familie ons een laatste keer zal opwachten op het Kwaremontplein, maar: het gaat plots weer. Ik kan weer trappen.

In de afdaling naar de voet van de Kwaremont kunnen de benen nog heel even herstellen. En dan volgt een bocht naar rechts. Kleine baantjes brengen ons naar de kasseien van het ding. Kimpe neemt de leiding, maar laat mij kort daarop wel passeren. Hij gunt mij het moment. En hij moedigt mij zelfs nog aan.

‘Komaan, Niels.’

Verdomme, die kan zelfs nog praten. Ik moet dus harder. 22 kilometer per uur staat er. 23. 24. Er kan niks meer bij. Het voelt alsof we heel snel gaan. Kimpe en Van der Aa blijven in het wiel. Daar is het plein. Dag familie. Heel veel aanmoedigingen. Het plein staat vol. Nikki staat er nog met een bidon. Ik schud. Plein voorbij. Schouderklop. De beer passeert.

Van der Aa en ik staan er de rest van de Oude Kwaremont alleen voor. Eens de strook voorbij, volgt de steenweg die ons naar de afdaling brengt richting Paterberg. De laatste van de dag. We rijden zo hard mogelijk om Kimpe niet te lang te laten wachten. Het gaat dan ook naar beneden. En dan naar rechts. Van buiten- naar binnenblad.

Er volgt een trage spurt van 400 meter tussen de zwalpende massa en heel veel publiek. Dit zijn we niet gewend. Fantastische sfeer. Kicken. En het gaat nog behoorlijk vlot. 235 kilometer op de teller. We zijn boven. Nu naar het centrum van Oudenaarde op oersaaie wegen. Gelukkig hebben we een brommer bij.

Kimpe neemt de kop en loodst ons voorbij grote groepen, die tevergeefs proberen aan te pikken. Het doet verdomd pijn, die laatste 10 kilometer. We rijden ze aan een gemiddelde van 41 kilometer per uur. Gek. Ik neem nog één keer over. Kwestie om niet met een wrang gevoel naar huis te gaan. Van der Aa doet hetzelfde.

Onder de rode vod gaat de spanning uit de benen. Na 245 kilometer, en iets minder dan 9 uur op het zadel, zit onze Ronde er helemaal op. Nummer 7. Ik kan het niet laten om net als Lance Armstrong na zijn zevende overwinning in de Tour hetzelfde cijfer uit te beelden aan de eerst volgende fotograaf. Tot daar mijn imitatie.

Onze medaille krijgen we uit de handen van mijn neefje Senne, straks in juni 5 jaar. Een week na zijn verjaardag volgt Milaan-Sanremo. Misschien wel de meest saaie van alle klassiekers, maar ik moet. Ik kan eigenlijk niet wachten.

N.

Geef een reactie