Ik kan mezelf moeilijk bedwingen. De gashendel gaat open, en we zijn nog maar halfweg. De Paddestraat is vandaag van mij. Het gaat niet onder de 33 kilometer per uur. Superbenen. Kasseien en korte hellingen. 245 kilometer Vlaamse wegen. De Ronde van Vlaanderen. Dat is mijn parcours. F*ck Luik-Bastenaken-Luik en Parijs-Roubaix.

Met de Ronde en de Amstel Gold Race doe ik er dit jaar twee. De Ronde samen met Niels, NVDA voor de vrienden, en de Amstel met Matt. Gewoon Matt. Vandaag moet ik goed doorkomen en straks in Nederland moet ik overleven. De hellingen daar liggen mij niet. De Keutenberg, de Cauberg: ik kan er straks niet snel genoeg vanaf zijn.

Maar nu sta ik dus in Brugge. Met NVDA. Ik heb geen idee hoe ik hem zo ver heb kunnen krijgen om hier deel te nemen. NVDA heeft een lichte degout van kasseien. Op training zou hij nog liever 10 kilometer om rijden dan over een strook van 500 meter te dokkeren. Bovendien start hij met een ei in de broek. Bang voor de lange afstand.

Het is half acht als we vertrekken aan het Jan Breydelstadion. Het voetbalveld van de lokale ploeg hier. ’t Gaat richting de Markt van Brugge, waar de officiële start is. Vanaf dan is het zoeken naar een groep die ons tot aan de heuvelzone brengt. We moeten op reserve de eerste 120 kilometer zien te overleven. Geen sinecure.

Nog maar bij het uitrijden van de West-Vlaamse hoofdstad komen we in een groep terecht. ’t Gaat tussen de 28 en de 30 kilometer per uur. In groep ideaal. Maar ons geluk is van korte duur. Een of andere gek passeert en legt het tempo een stuk hoger. Gaan we mee, wachten we op een groep uit de achtergrond of rijden we verder met ons tweeën?

Bang voor het laatste schuiven we mee met de rest van de groep. Naar Kortrijk, alstublieft! Onderweg liggen twee bevoorradingen, waar we zo min mogelijk tijd proberen te verliezen en toch zo veel mogelijk proberen binnen te slaan. De tijd gaat snel vooruit en net voor de middag bereiken we de eerste obstakels.

De Wolvenberg is de eerste van vele hellingen en is met zijn 645 meter een korte maar goede opwarmer. Daarna volgen in een sneltempo enkele kasseistroken. De Ruiterstraat, Kerkgate, de Molenberg en de Paddestraat. De benen voelen goed en ik ben blij dat het eindelijk is begonnen. Ik zet de gashendel open.

Ik voel op de Paddestraat veel kracht in de benen en trek door. Buitenblad. Alles naar rechts. Iedereen voorbij. Superdag? Niemand kan volgen. Of toch. Er komt eentje naast me gereden in ’t grind. ‘Weg! Uit de weg!’ Ik probeer hem op de kasseien op te vangen. Oneerlijke strijd. Tot er een heerlijk geluid volgt. De bruut rijdt lek. Ik win.

Na de Paddestraat volgt de derde van vijf bevoorradingen. Papa en Nikki zijn er ook. De crew. Onze hulplijn. NVDA en ik laten wat kleren achter. De zon is er ondertussen goed doorgekomen. Nog 100 kilometer te gaan. Er kan een lach af. NVDA is goed. Tot dusver nooit ver achter. We houden ons gemiddelde van 30 kilometer per uur lang stand. En we staan er ondertussen toch al ruim 50 kilometer alleen voor.

Dat NVDA goed is merk ik ook een eind verderop. Op de Haaghoek gaat het aan 45 kilometer per uur naar beneden. Een aanloop naar het oplopende stuk. Ik ga hard, maar zie NVDA, de grootste kasseihater die ik ken – op Matt na, die vandaag ‘moest werken’ – plots passeren. Ik doe mijn best maar hou hem gewoon niet bij.

Vanaf de Leberg is het krachten sparen. We drukken het tempo voor wat moet komen. De Koppenberg. De moeilijkste. De schrik zit er ondanks goede benen toch een beetje in. Ik mag er niet aan denken dat het er een file is. In dat geval kunnen we onze energie beter sparen om straks te slalommen.

We zien de Koppenberg van ver liggen en ondanks de beperkte drukte stelt ze ons niet helemaal gerust. Hij is hoog en steil. En hoog. En steil. Heel blij dat ik daarstraks bij de wagen toch achteraan voor een 28 heb gekozen. Mijn allerkleinste verzet. Ik ga hem absoluut kunnen gebruiken. Maar de truc is om hem zo laat mogelijk op te roepen.

Bij het opdraaien kies ik toch al voor de 25. Een kleine glimp naar boven. Hij is nog steiler dan drie jaar geleden. Mijn weg inschatten. Moedig ons maar aan, mensen. Ik kijk vijf meter voor me uit. De trapfrequentie daalt heel snel. Links, rechts, links, rechts. Stampen. Blijven doorgaan. De 28. Het steilste stuk moet nu volgen.

Nog een glimp naar boven. Ik dreig ingesloten te raken. Ik probeer te roepen, maar ik fluister. Iedereen gaat op zij. Dank u! Geen adem meer. 7 kilometer per uur. Ik sta bijna stil. Doe bijna in mijn broek. Het steilste gedeelte is voorbij. Opluchting. En dan hoor ik plots mijn naam. ‘Komaan Niels!’

Mijn mama, mijn zus Nele en haar zoontje Senne, mijn beste kameraad, staan langs de kant. In blauwe WVcycling T-shirts die Nikki speciaal liet maken. Voor NVDA en mij naar hier gekomen. Krop in de keel. En ik moet nog steeds 100 meter. De vermoeidheid is even weg. Ik wil hen van alles toe roepen, maar kom niet verder dan een groet naar Senne. Hij lacht.

Ook NVDA raakt zonder veel problemen boven. Voet uit de haak, maar er snel weer in. Sterk. De Paterberg moet nu ook wel lukken. Al volgt die pas over dik 40 kilometer. Op adrenaline vliegen we de Steenbeekdries op en de Stationsberg af. En we vergeten daarbij misschien iets te weinig te drinken. Althans ik.

Tussen de Kaperij en de Kruisberg krijg ik een klop. Dag superdag. NVDA heeft het niet meteen in de gaten. Hij blijft babbelen. Zingen. Nee, we gaan nog niet naar huis. Ik kan amper reageren. Gelukkig volgt op de top een bevoorrading door Papa en Nikki. Die was niet gepland, maar wel nodig. Ik drink alsof ik al dagen niet meer heb gedronken.

Op de Karnemelkbeek is het nog steeds kruipen, maar op de Oude Kwaremont kom ik er gelukkig toch weer door. Een fantastische tijd zet ik er niet neer. NVDA en ik blijven samen. Op het Kwaremontplein staan ze ons weer aan te moedigen. Geweldig. ‘Nog één te gaan’, roepen ze toe. De Paterberg bedoelen ze. Een meter of 400 miserie. Tot 20% naar boven.

Tussen de Oude Kwaremont en de Paterberg is het stil. We weten wat we moeten doen. Hopen dat er geen file is en proberen met een marge op te draaien. Maar dat idee hebben de andere toeristen ook. ’t Is koers tot aan de voet. Ik draai als eerste op en heb de baan voor mij alleen. Of toch zo goed als.

’t Gaat van het grootste in geen tijd naar het kleinste verzet. 39×28. Gewoon boven komen en naar Oudenaarde rijden. Ik ga zo hard mogelijk. Geen idee of NVDA ver achter zit. De weg loopt meer en meer op. Verdomde kasseien. Vingers doen pijn. Alles doet pijn. Moet er bijna zijn. Stampen. Duwen. Trekken aan ’t stuur. Fotograaf. Sta ik er goed op? De mensen roepen. Genieten. Ik ben boven. We zijn er. ’t Is gelukt!

Na de top komen NVDA en ik snel weer bij elkaar. ‘De hellingen zijn op, maat’, roept hij opgelucht. Hij is blij. Ik ben blij, ondanks dat ik de Muur wel een beetje mis. Samen rijden we nog hard richting aankomst en na 8 uur en 45 minuten in het zadel bereiken we het centrum van Oudenaarde. Ons doel is bereikt. Zalig gevoel.

Nummer vier is binnen. En nu op naar de Amstel.

N.