Hopelijk telt Tom straks niet

‘Maak voor mij maar spaghetti.’ Misschien win ik daar morgen wel een plaats mee. Wat extra koolhydraten. Niet dat ik me specifiek heb voorbereid op een tijdrit van twintig kilometer met de mountainbike. Ja, ben er vrijdag wel eens mee gaan trainen. Maar meer om te zien of het ding het nog deed. En hij deed het. Daar kan ik het straks dus niet op steken.

Bij aankomst in Hofstade – waar ploegmaat Tom en ik deelnemen aan een duo-duatlon, dit zal ik er maar bij vertellen – vertrek ik meteen op verkenning. Een halfuur later arriveer ik weer bij de wagen, waar onze pa samen met ploegmaat Niels (die we door een voor de hand liggende reden eigenlijk altijd bij zijn familienaam noemen) me opwachten. Ik kan mijn teleurstelling moeilijk wegsteken. ‘Verwacht maar niet te veel, het gaat niks worden’, ben ik heel duidelijk. ‘Maar vertel het niet aan Tom.’

Tom is nog bezig aan zijn verkenning en komt later toe. Dat het een lastig parcours is, vertel ik hem. En dat ik het wel zie zitten. Maar het liefst loop ik zo ver mogelijk weg. Er is veel zand en nog meer modder. De regen van deze week heeft het parcours serieus beïnvloed. En de wind maakt het ons niet makkelijker. Ik vraag me af waarom ik dit zo leuk vind.

Om 11u staan alle duo’s aan de start. We zijn met 115. Tom start heel goed en loopt hard. Na drie kilometer bereikt hij de wisselzone maar door wat geklungel van ons beiden spring ik pas als 18e de mountainbike op. De koers ligt nog helemaal open en de verschillen zijn beperkt. Met de huidige conditie kan ik alleen de schade beperken, weet ik, en dus laat ik niet zomaar iemand voor.

Na een kilometer volgt al een bochtige singletrack. Iets waar inhalen moeilijk en soms onmogelijk is. Dacht ik. Sommigen halen grote manoeuvres uit om een plaats te winnen. Ik heb snel door dat het nog moeilijker gaat worden dan ik dacht. Zeker wanneer ik het bos indraai. Een modderpoel van drie en een halve kilometer. Stoempen. Ik ga zo hard ik kan maar word langs links en rechts voorbij gestoken. Hopelijk telt Tom straks niet.

Bij de eerste passage op het strand valt me op dat de wind is gekeerd. Het enige stuk waar ik een beetje naar uit keek heeft zich tegen mij geweerd. Geen moment recuperatie. Ter hoogte van de wisselzone besef ik dat ik nog twee keer moet. De drang om op te geven spookt gedurende de tweede ronde vaak door m’n hoofd. Hartslag 175. Lager gaat ‘m niet. Hier is niks leuk aan. Maar ’t heeft ons wel bijna veertig euro gekost.

En dus ploeter ik langzaam verder door de modder. Ik zie er niet uit. Hopelijk krijgt ons ma m’n kleren nog proper. Ik krijg ook pijn in de rug. Is dit wat Bart Wellens voelt? Ik strek de rug een paar keer. Ondertussen passeren er weer twee. Ben de tel al kwijt. De aanmoedigingen van onze pa, Niels en Dieter, een andere ploegmaat die is komen supporteren, helpen een stuk verderop wel. Kan weer een hartslag hoger gaan. Maar die momenten duren nooit lang genoeg.

Tom heeft zich bij het stuk losse zand gezet. Besef ik maar half. Ik hoor iemand naast me lopen terwijl ik door het zand probeer te rijden. Maar het tempo zakt. Ik geraak vast en spring van de fiets. Er blijft iemand naast me brullen. Is nog steeds Tom, denk ik. Ik zit kapot. Bij het afspringen verlies ik m’n evenwicht en door de vermoeidheid maak ik een knieval. Verdomme. Ook dit nog. Ik ben hier niet graag.

En toch krijg ik moed. ‘De laatste ronde’, hoor ik aan de wisselzone. ‘Vijftien seconden’, roepen ze me ook toe. ‘Ge kunt er nog twee pakken.’ In het stuk singletrack haal ik ondanks mijn slechte bochtentechniek toch een concurrent in. De volgende zie ik in de verte rijden, maar hoe hard ik ook mijn best doe: ik zal ‘m niet meer inhalen.

In de laatste kilometer neem ik geen risico meer. Of wil ik niet het risico nemen om opnieuw dezelfde fout te maken in het bijzijn van toeschouwers. Geen knieval. Ik loop zo hard als ik kan door het losse zand, spring op de fiets en probeer er tot aan de wissel nog een laatste spurt uit te trekken. Het wordt ook gewaardeerd. ‘Niels van Team WVcycling perst er alles uit’, klinkt het door de luidsprekers. Was het maar voor een mooie ereplaats.

De wissel met Tom loopt opnieuw niet perfect, maar iedereen ligt wel op z’n plaats. Denk ik. Maar Tom loopt opnieuw heel goed en haalt alsnog twee man in. Goed voor een 25e plaats op 115 deelnemers. Had ik eerlijk gezegd niet meer verwacht. Ondanks alle ellende gaf het een leuk gevoel om een team te vormen met één van m’n beste kameraden. Maar of onze vriendschap groot genoeg is om volgend jaar opnieuw deel te nemen: ik weet het nog niet.