Verdomme. Kramp.

Gefrustreerd was ik. En boos. Op mezelf. Ben veertigste geworden, of zo. Mijn slechtste uitslag van het seizoen. De goede vlucht op een haar na gemist. Ik wist dat het zou gebeuren en laat me toch insluiten. In een poging om de meubelen te redden krijg ik te weinig hulp. Een peloton van zestig man rijdt voor de tiende plaats. Godverdomme. Sukkelaars.

De volgende wedstrijd zou ik op alles reageren wat bewoog, beloofde ik mezelf. Het rondje van 4,7 kilometer met een lastige knik, waar we twaalf keer over moeten, in de straten van Meilegem – ergens tussen Oudenaarde en Zottegem – was daar dan ook het ideale parcours voor. Op mijn maat. Het Kampioenschap van de Vlaamse Ardennen. En of ik er zin in heb.

Ik doe wat ik me heb vooropgesteld en spring bij elk mogelijke ontsnapping mee. Degenen die solo gaan laat ik vertrekken, want heel ver komen die toch niet. ’t Is vermoeiend koersen, maar ik wil straks niet weer de goede boot hebben gemist. Elke ronde opnieuw herhaalt zich hetzelfde tafereel: op de korte maar lastige knik volgt een versnelling. En ik ben mee.

Maar niemand raakt weg. En de inspanningen beginnen zich halfweg koers stilaan op te stapelen. Alleen op frustratie red je het niet. Ik gooi een extra gelleke naar binnen en probeer zo vaak mogelijk te drinken. ’t Is dan ook bijna dertig graden. We naderen snel opnieuw de knik en het is verdacht stil in het peloton. Ben blijkbaar niet de enige die moe aan het worden is.

Bij het opdraaien van de steenweg, zo’n vijfhonderdmeter voor onze Mont Ventoux, is ’t weer van dat. Binnenkant bocht versnelt een van de beteren uit onze toeristencategorie. Ik reageer, maar moet extra meters maken omdat ik aan de verkeerde kant zit. Er is een kleine kloof en ik besef dat die zo snel mogelijk dicht moet. Maar de aanvaller wacht niet.

Ik blijf een ronde lang op goed honderd meter hangen en kom pas aan de voet van de volgende passage aansluiten. Nog eens vier andere gasten doen hetzelfde. We zijn weg met zes. Hoe groot onze voorsprong is weet ik niet precies. Door de opeenvolging van bochten is het moeilijk om in te schatten. Bovendien is er niet veel tijd om achteruit te kijken. Het gat moet worden uitgediept, pas daarna is er tijd om te pokeren.

De eerste ronde verloopt de samenwerking goed. Iedereen lost elkaar prima af. Pas op goed drie ronden van het einde slaan er voor het eerst een paar hun beurt over. Ik probeer hen op andere gedachten te brengen. ‘We hebben tien seconden’, roep ik een paar keer. Onzin, natuurlijk, denk ik, maar misschien gaan ze daardoor na mijn beurt toch weer overnemen. En ’t mist zijn effect niet.

Het begint in mijn hoofd te spelen dat ik in een situatie zit waarin ik nooit eerder heb gezeten. Hoe moet ik hier straks winnen? Het afmaken in de sprint? Aanvallen op de knik? Mag ik überhaupt als eerste aanvallen? Die mannen zijn toch steeds gedoemd om te verliezen, zeggen ze altijd op tv? Mijn laatste vraag doet er al snel niet meer toe. De eerste aanval is een feit. En ik zat weer te slapen.

Ik ga de laatste ronde in met een kleine achterstand. Ik ben de enige van de zes die heeft moeten afhaken. Heb ik te veel gegeven in de ontsnapping? Of misschien in het begin van de koers? Ik blijf zo snel mogelijk fietsen ondanks de pijn. Wil straks niet overvallen worden door het peloton. Zesde is aanvaardbaar, hoewel die vijf man voor mij weer iets groter worden. Het valt er stil en ik kom bij het opdraaien van de steenweg toch weer terug.

Wachten heeft geen zin en dus houd ik mijn snelheid aan en zet ik door. Mijn enige kans om te winnen. Ik voel ze twijfelen en probeer op de laatste knik al rechtstaand een laatste keer door te trekken. Verdomme. Kramp. Moet weer gaan zitten. Heb goed vijftig meter, hoop ik. Durf niet achterom te kijken. Het zal toch geen waar zijn? Ik droom heel even. Een paar seconden. En zie er dan plots toch weer vier passeren aan de andere kant van de weg. Bam. Game over. Dan toch.

Uiteindelijk bol ik als vijfde over de streep. En daar kan ik mee leven. Het beste resultaat van het seizoen. Misschien had ik die ambetante ervaring in Beveren van een paar dagen geleden wel nodig?

N.